Betekenisvol
bellen blazen.

Dat was het dan… Bellen blazen is spelenderwijs ontdekken wat vergankelijkheid is, realiseer ik me wanneer ik in de achtertuin samen met ons zoontje bellen blaas. Na vijf minuten zijn we meestal al klaar. Het potje bellenblaas is omgevallen of het schuimt zo dat bellen blazen niet meer lukt.

De bellen die we blazen komen een enkele keer boven de dakgoot van het huis uit. Langzaam verdwijnt de kleur dan uit de bel en lost hij op in het niets. Andere bellen spatten al bij de grond uiteen. Ik geef toe dat wij dat natuurlijk ook expres doen door er achteraan te rennen.

Even zijn we verrukt als daar een prachtige, grote en kleurrijke bel losraakt van de bellenblaas. Even later is diezelfde bel al vergaan.
De meeste mensenlevens zijn gelukkig langduriger van bestaan dan een bel. Desondanks spreekt de symboliek mij wel aan. Het leven is even groots en kleurrijk alsook kwetsbaar en vergankelijk.

Dus stemde ik er meteen mee in toen iemand onlangs vroeg om op de begraafplaats bellen te blazen. Dat deden de kleinkinderen en degene die we gingen begraven bij het leven zo vaak samen. Dat was klein geluk in de achtertuin. En nu was het een middel om de kleinkinderen te betrekken bij de uitvaart. Ik deed de belofte om het bellen blazen met woorden te omlijsten. Zo zou het een ritueel worden.

De kleinkinderen blazen enthousiast en vol liefde nog één keer bellen voor en bij oma. Iedereen die toekijkt begrijpt het wel: Zo kleurrijk als een bel was ons leven met haar. Zo groot als een bel zijn onze dromen. Zo kwetsbaar als een bel is het leven. Als een bel – ongrijpbaar voor onze handen – drijft ze op de wind van ons weg.

Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooïgheid 

Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin. 

Fragment uit: Bellen blazen, Toon Hermans.

Arie de Winter, blog november 2018